
Voor het gemak personifieer ik de innerlijke criticus in een vrouwelijke vorm. De innerlijke criticus wie kent haar niet? Berucht en gevreesd met name onder creatieve lieden. Helaas ken ik haar maar al te goed en geeft ze mij aandacht in overvloed.
In mijn leven heeft deze madame het iets te veel en te vaak voor het zeggen. Ze vertelt me vooral wat ik niet moet doen, wijst me steevast op alles wat fout gaat of fout kan gaan en corrigeert me de hele dag door. Daarnaast trekt ze alles wat ik aan het doen ben in twijfel en probeert me met rede ervan af te halen. volgens haar moet ik maar gewoon blijven wie ik ben. Grote plannen worden op voorhand ontmanteld en weggezet als onzin of te veel gedoe.
Fatsoen heeft ze niet, ze kakelt bij alles wat ik doe er lustig op los. Als ik iets gemaakt heb waar ik trots op ben, wordt het binnen no time door haar gedegradeerd van “wauw” naar “au”. De ene keer kan ik er beter mee omgaan dan de andere keer. Vooral als ik niet lekker in mijn vel zit. Dan is het geen zaak meer van vallen en opstaan, maar van falen en afgaan. Iedere keer als ik m’n hoofd boven het verrekte maaiveld uitsteek, waarschuwt ze me voor gevaar en komt vervolgens met tig rampscenario’s aanzetten, uitgewerkt tot in het kleinste detail. Werkt haar strategie niet, dan stuurt ze tientallen beren op de weg en monteert ze overal haken en ogen aan. De perfecte zoethouders voor een piekeraar als ik!
Haar missie is geslaagd als ze me van alle kanten heeft weten te ontmoedigen. Om de ontmoediging te beklinken haalt ze haar clichés van ‘eeuwige tweede’ en ‘gewoon een middenmoter’ uit het stof en poetst ze gretig op om ze vervolgens als glimmende trofeeën op een prominente plek in mijn bewustzijn te zetten als schitterend bewijs van mijn onvermogen.” Wie zit er nou op mijn spullen, mijn werk of ideeën te wachten? Ze is echt heel goed in wat ze doet en waarschijnlijk nog veel perfectionistischer dan ik ben. Het zou me niet verbazen als zij op de troon van het Land-van-Ooit zit.
“Om de ontmoediging te beklinken haalt ze haar clichés van ‘eeuwige tweede’ en ‘gewoon een middenmoter’ uit het stof en poetst ze gretig op om ze vervolgens als glimmende trofeeën op een prominente plek in mijn bewustzijn te zetten als schitterend bewijs van mijn onvermogen.“