
Dankzij een goede vriendin kreeg ik de mogelijkheid om te exposeren in één van de bejaardentehuizen die ons dorp rijk is. Dit is uiteraard een prachtige kans om m’n werk ook buiten de muren van mijn atelier te tonen.
Welk werk wil ik eigenlijk gaan ophangen? Dat was de eerste vraag die ik mezelf stelde. Het liefst wil ik met iets nieuws komen dat eer doet aan de bewoners. Wat nou als ik acht imperfecte stilleven tekeningen maak met als titel “De tand des tijds”. Ik zag het al helemaal voor me: een ode aan de hulpmiddelen die ons leven – juist als we ouder worden – leefbaar houden. Gelijk moest ik denken aan mijn oma’s kunstgebit, dat ik regelmatig uit het gras moest plukken als ze het tafelkleed had uitgeklopt. “Doe maar alsof je knijpers aan het zoeken bent!” riep ze me na, terwijl ik de trap naar de begane grond nam.
“‘Doe maar alsof je knijpers aan het zoeken bent!’ riep ze me na, terwijl ik de trap naar de begane grond nam”
Na een paar dagen broeden kwam ik op het idee om mijn overbuurvrouw te vragen. Haar atelier zit misschien net op 10 meter afstand van het mijne. Zij maakt herinneringstassen uit jassen, tassen en andersoortig leren voorwerpen. Ze is een echte vakvrouw. Wat nou als ik op acht tassen van haar mag tekenen? Dat zou me zo ontzettend gaaf lijken! Dan kan zij haar herinneringstassen op een kunstzinnige manier op de kaart zetten en ik mijn cursus imperfect tekenen promoten. Op deze manier brengen we het beste van onze twee werelden samen.
Ik stelde haar voor om acht dierbare herinneringen die we aan onze oma’s hebben op haar tassen te tekenen, ze was gelijk enthousiast, in de dagen erna kreeg ik acht prachtige tassen aangeboden. Acht iets te mooie tassen… Een week lang heb ik zitten tekenen, op elke tas moest een object komen dat een herinnering aan oma opriep. Wat hadden onze oma’s zoal in hun tasje zitten? Pepermuntjes, kauwgom, sigaretten, een naaisetje, breiwerk, speelkaarten, eau de cologne en een bril. Deze spulletjes bezorgen ons niet alleen een warme herinnering, maar zijn ook nog eens illustratief genoeg om een tas mee op te sieren.
“Een week lang heb ik zitten tekenen, op elke tas moest een object komen dat een herinnering aan oma opriep”
Toen ik eenmaal zo ver was om op de tassen te gaan tekenen, brak het zweet me uit. Ik was zo bang dat ik met mijn imperfecte tekeningen de tassen zou verpesten… Toen ik naar de tassen keek, moest ik plots denken aan de tijd dat ik als brugpieper met een grote leren tas liep te zeulen. Als ik zin had kalkte ik er een leus op of een simpel tekeningetje. Nooit vroeg ik me af of het wel mooi was. Ik dacht er niet over na maar deed het gewoon. Het ontstond in het moment. Hoe zou de wereld eruit zien als we vaker spontaan iets op onze eigen spullen zouden tekenen, zonder ons druk te maken over proporties, uitlijning en perspectief?
“Nooit vroeg ik me af of het wel mooi was. Ik dacht er niet over na maar deed het gewoon. Het ontstond in het moment”
