
Thema les 11/12:
Een insteekboekje voor kaarten maken
Inleiding: De kaarten die we in de afgelopen lessen hebben gemaakt, gaan we bundelen in een zelfgemaakt boekje met een harmonica binding voorzien van vakjes.
Inhoud: We gaan de kaft en binding maken en het boekje opleuken met genaaide clusters.
We beginnen met het kaften van twee stukken karton op A5-formaat met een deel van het abstracte werk van vorige week. Dit abstracte werk kan verder worden verfraaid met gekleurde (gel)pennen, acrylstiften of fineliners. Daarnaast is het mogelijk om bepaalde delen extra te accentueren met stiksels.
We gebruiken boekbindersslijm om de twee stukken karton mee te kaften. Zorg dat het kaftpapier een overlap van 3 tot 4 cm rondom heeft t.o.v. van het karton. Smeer eerst het eerste stuk karton (aan de minst mooie kant) volledig in met lijm. Leg het in het midden van het kaftpapier en wrijf het aan de papierzijde goed aan. Knip de overlappende zijden schuin in (net als bij het kaften van een boek) en smeer deze goed in met lijm. Plak ze vervolgens aan de binnenzijde vast. Wrijf goed aan. Heerhaal dit bij het tweede stuk karton en laat beide stukken goed drogen.
Vouw voor het maken van de harmonicabinding een liggend A4-vel verticaal doormidden. Vouw daarna beide zijden verticaal naar het midden. Deel deze vouwlijnen vervolgens opnieuw door ze al vouwend te halveren, zodat er in totaal 12 verticale vlakken ontstaan. Vouw de lijnen afwisselend als dal- en bergvouw, waardoor een zigzagvouw- (harmonica) structuur ontstaat.
Het eerste vlak wordt later op de binnenkant van de voorkaft geplakt. Het tweede vlak blijft vrij. Het derde en vierde vlak vormen samen het eerste vakje. Vlak vijf en zes blijven vrij. Vlak zeven en acht vormen het tweede vakje. Vlak negen en tien blijven vrij. Vlak elf en twaalf vormen, samen met het eerste vlak van het tweede A4-vel dat hierop wordt gelijmd (met een bergvouw aan de bovenkant), het derde vakje. Op deze manier ga je verder. Na het laatste vakje eindig je met twee vlakken: één vormt de buitenkant van het vakje en het andere wordt op de binnenkant van de achterkaft gelijmd. In totaal zijn we uitgegaan van zeven vakjes om de kaarten in te steken. Beide vakjes bestaan uit twee pockets.
Het maakproces van de pockets voor de kaarten is wat lastiger te omschrijven. Vouw opnieuw een liggend A4-vel op dezelfde manier als het vorige. Snijd de repen los op de vouwlijnen en maak ze vervolgens een kleine halve centimeter smaller dan de harmonicabinding. Vouw een reep om één van de kaarten heen en zorg ervoor dat er aan de bovenkant ongeveer één kleine centimeter aan ruimte vrij blijft. Vouw de reep vervolgens door naar de achterkant. De reep is aan de achterzijde korter; dit noemen we de korte kant. Zorg dat de vouw goed scherp is. Doe dit vervolgens ook bij de volgende kaart. Plak vervolgens de lange zijde vast aan de bovenzijde van de linkerbinnenkant van het vakje, waarbij de vouw aan de onderzijde zit en de korte kant bovenop ligt. Herhaal dit voor de tweede pocket, maar bevestig deze aan de onderzijde van de rechterbinnenkant. Smeer vervolgens de bovenzijde van de korte kanten in met lijm en vouw het vakje dicht. Steek beide kaarten in de juiste pocket en zet aan de zijde waar de buitenkant zit een streepje als markering om te stikken. Stik vervolgens met de naaimachine de buitenkant dicht. Herhaal dit voor de overige vakjes. De stiksels geven een leuk, speels effect. Stik vanaf de vouwlijn of naar de vouwlijn toe.
Geef de delen die op de kaft worden vastgelijmd eventueel ook een sierstikseltje voor een extra rommelig effect. Lijm vervolgens beide kanten vast op de kaft en let goed op welk deel de voorkaft en welk deel de achterkaft wordt. Lijm alles netjes tot aan de rand. Werk tot slot de rug af met een stukje stof dat alleen op de kaften wordt vastgelijmd.
Steek de kaarten er zo in dat er een geheel ontstaat. Werk vervolgens de binnenkant af met leuke clusters en tapjes waardoor je kaarten nog mooiere tot hun recht komen. De clusters lijm je vast op de buitenzijden van de vakjes.
Tip: Clusters worden veel gebruikt bij art journaling en scrapbooking. Het zijn combinaties van stukjes papier, stof en bijvoorbeeld een leuke afbeelding die als aandachtspunt dient. Deze materialen worden op elkaar gestapeld, vastgeplakt en eventueel vastgenaaid. Je kunt het geheel verfraaien met kleine nietjes, eyelets, strikjes, sterretjes of andere decoratieve “herrie”. Eén van mijn vroeger helden – Roben Marie Smith – is hier een kei in: https://www.youtube.com/shorts/aWxuBilMBbY




Samenvatting: Het boekje is klaar, zorg dat je kaarten mooi zijn afgestemd op elkaar, dat vergroot het kijkplezier. Als je boekje wat open blijft staan doe er dan tijdelijk even een clipje op, of maak een mooi slotje.
